donderdag 19 januari 2012

Skipret

Waar is de tijd gebleven dat wintersport nog fijn voor de elite mens onder ons was ? Degene die met mooie hoedjes op, kraagjes van bont, met een rollende rrrrr de heuvel in Lech op houten latten wisten te trotseren. Een glaasje Port of Vermouth beneden rustig dronk nadat de afdaling in een zeer vloeiende beweging was volbracht. Een babbeltje maakte met de ander zeer bedeelde mens aldaar. Dat de simpele mens zoals mijn en jouw ouders of grootouders kwijlend zaten toe te kijken via de beeldbuis naar wat zij van het hoge volk daar wel niet deden, dat kun je je nu niet meer voorstellen. Die tijd ligt (helaas wat mij betreft) al een eind achter ons want de toen nog zo rustig, vredig met sneeuw bedekte gebergte zijn nu een aantal maanden per jaar vol gespuugd met schreeuwende, joelende, flitsende skipakken. Misschien heb ik ergens een winter trauma opgelopen in mijn jeugd, maar ik krijg het niet voor elkaar mezelf te motiveren om een sprankje positieve blijheid te halen uit deze skipret. 
Ik vroeg mezelf af waarom ik het toch niet kan waarderen. Want terwijl mijn familie  elk jaar weer vol verwachting op de ski app kijkt wanneer zij weer in vol ornaat van de berg af kunnen glijden, ben ik blij als de zomer weer in zicht is.
Dat schept geen (sneeuw)band, kan ik je vertellen.
En laatst toen ik in een gezellig cafeetje zat en even moest wachten, probeerde ik mij voor te stellen hoe het zou zijn om mij er aan over te geven…
Nadat we een uurtje of acht door weer en wind, sneeuwkettingen om en dan weer af, eindelijk op DE berg in Oostenrijk, Lech, aangekomen zijn, - moe en chagrijnig -proberen we de deur van de auto te openen. Tevergeefs.  
Een laag van 2 meter (MINSTENS) wit vloeisel blokkeert onze bolide.
‘Er ligt in ieder geval genoeg sneeuw, merkt manlief droog op’. Ja, daar kunnen we niet om heen...letterlijk en figuurlijk’, zucht ik. Met moeite lukt het ons om er uit te komen en in een houten, met openhaard -dat dan wel-, huisje te stappen.
Binnen. Heerlijk. We laten de meegebrachte spullen voor wat ze zijn en na een warme douche trekken we onze pyjama’s aan en duiken ons fijn opgemaakte bedje in.
De volgende ochtend gaat de blijde wekker om 7. 30 uur. Minpunt 1, maar ik klaag niet. Pluk de dag. Na een stevig ontbijt hijsen wij ons in een aan één stuk zittende skipak. Uiteraard met hemd en thermosshirt eronder. Skimuts en helm, skisokken en skibril. Daarna komt het grote werk. De skischoenen. Gesp 1 gaat nog goed, de andere 3 worden al wat lastiger. Zo strak. Ook de andere voet moet er aan geloven maar uiteindelijk zitten ze vastgebonden om voorlopig niet meer los te maken. De latten in de hand en let’s go! Net voordat ik een onstabiele stap richting deur wil zetten, voel ik mijn blaas protesteren. NEE, niet nu. Plassen! Het hele skipak kan weer uit.
Goed, uiteindelijk kunnen we gaan, op naar de stoeltjeslift. De stoeltjeslift is een onderdeel apart van de skipret . Voor je dat onder de knie hebt, of eigenlijk onder je kont, ben je een week verder..oké, in mijn geval dan.
Echt, ik doe mijn best maar telkens als ik moet gaan zitten schuift die verdomde stoel mij te snel vooruit. Met als gevolg dat de rij achter mij steeds langer wordt met zuchtende, -daarhebjeweerzo’nbeginneling-, wat onrustige medeskipret mensen.
De sfeer is om te snijden, de kou ook, trouwens.
Maar een echte vrouw geeft nooit op, zoals mijn oma altijd zei en zo stond ik wonder boven wonder op de Oostenrijkse berg een zowaar heuse skiester te zijn.
Bekomen van de barre tocht omhoog kijk ik naar beneden in een diep gat. Slik. Hoe ga ik dit avontuur overleven. Het zweet breekt mij uit en ik voel me rood worden, heb blauwe handen van de kou, begin zwarte vlekken te zien en het bord van de skipiste geeft groen aan. Een kleurrijk geheeld zou je zeggen. In een flits zie ik een rood skipak voorbij schieten. Gevolgd door een spectaculaire draai waardoor precies voor mijn neus een skibril op mijn netvlies verschijnt. Manlief. ‘Schatje, ben je er al ? Zullen we samen gezellig naar beneden skiën ?
Het huilen staat me nader dan het lachen. Maar met een geforceerde lach stommel ik: ‘Eh, ja..zo..oke? Even van het uitzicht genieten’!
Even later doe ik een stoere maar voorzichtige stap naar voren. Mijn scheenbenen drukken pijnlijk tegen de skischoenen aan. Wat een hel is dit..Anderen roetsjen langs me heen, zonder enige inspanning. Mijn hart begint sneller te kloppen, en door de druk beginnen mijn benen wat te bibberen. Ik schuif nog iets meer richting hel(ling), druk de stokken in de sneeuw, buig naar voren, steek mijn kont naar achter, een diepe zucht en dan…
Schrik ik wakker . ‘Mevrouw, u was in slaap gevallen’, zegt een aardige ober tegen mij. Wilt u nog wat te drinken? Eh, ja graag. Doet u mij maar een cafe Latte’.
Wel zo warm en lekker veilig, denk ik er bij..